Betekenis pas

Wat betekent pas? Hieronder vind je 21 betekenissen van het woord pas. Je kunt ook zelf een definitie van pas toevoegen.

1.

0   0

pas


bijwoord - nog maar korte tijd (geleden)
Voorbeeld: zij zijn pas getrouwd
synoniemen: laatst net [3] nauwelijks onlangs zojuist zo-even juist [2]
tegenstellingen: al reeds
niet meer dan, later dan, etc
Voorbeeld: hij is pas achttien
zo dat het precies op maat is
Voorbeeld: die jurk is precies pas
Bron: www.muiswerk.nl

2.

0   0

pas


zelfstandig naamwoord - paspoort
Voorbeeld: heb je je pas bij je?
kaartje waarmee je toont wie je bent
Voorbeeld: stop je giropas in het apparaat
doorgang tussen twee bergen
Voorbeeld: we reden door de St. Gotthardpas
keer dat je je ene voet voor je andere zet
Voorbeeld: hij maakte een grote pas vooruit. iemand de pas afsnijden
[dwarsbomen, verhinderen verder te gaan]
pas op de plaats maken
[bewust geen vooruitgang maken]
uit de pas lopen
[niet gelijkop gaan met anderen]
Bron: www.muiswerk.nl

3.

0   0

pas


Bijwoord pas
  • even tevoren. Ik heb pas de nieuwe plaat van mijn favoriete band gekocht.
  • nog niet lang. Ik ben nog maar pas afgestudeerd.
  • niet eerder dan. Die winkel gaat pas om half twee weer open.
  • in nog hogere mate. Vind jij dat mooi? Dit is pas een mooi schilderij! Tussenwerpsel pas
  • om aan te geven dat men de beurt voorbij laat gaan. Ik kan geen goede zet doen. Pas !
  • het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan. Let op je passen en trap niet in die hondendrol!
  • manier van lopen. Vertraag je pas eens zodat de rest van de groep kan volgen.
  • door een overheid verkregen identiteitsbewijs. Laat je pas eens zien, onder de 18 jaar mag je hier niet binnen.
  • doorgang tussen bergtoppen, waar men over de bergkam heen kan. Die pas voerde hen over de bergkam heen.
  • ( in België ) ( sport ) schot naar een medespeler De voetballer geeft een pas naar zijn ploeggenoot.
  • pas ( het plaatsen van de voet )
  • pas ( manier van lopen )
  • ( dierkunde ) hond
    Bron: nl.wiktionary.org

  • 4.

    0   0

    pas


    lengtemaat,
    Bron: home.planet.nl/~dumon002/

    5.

    0   0

    Pas


    Omschrijving
    Bron: wiki.autosnelwegen.nl

    6.

    0   0

    Pas


    vaarvergunning.
    Bron: historici.nl

    7.

    0   0

    Pas


    Schred, Schrede, Stap, Trede, Voetstap; Gang, loop, Tred; paspoort, Waarachtig, Waarlijk, Werkelijk; Betaalpas; Laissezpasser, Vervoerbiljet, Vrijgeleide; Juist, Kortelings, Kort geleden, Laatst, Laatstelijk, Nauwelijks, Net, Onderlaatst, Onlangs, Recentelijk, Zo-even; Eerst, Amper, Maar, Maar net, Slechts, Ternauwernood; Echt; Waterpas; Bergpas, Engte, Zadel; Gelijk, Passend
    Bron: complete-encyclopedie.nl

    8.

    0   0

    PAS


    PAS kan verwijzen naar: Power Assist Systems → hulpmotor Pulse Air System → Sekundär Luft System Personen uit het Autisme Spectrum Ouderverstotingssyndroom Pater Ahlbrinck Stichting Para-aminosalicylzuur
    Bron: nl.wikipedia.org

    9.

    0   0

    pas


    pas 1 zn. ‘stap; bergengte’ Mnl. pas ‘soort stap, tempo’ in ginc hi wech al sinen pas ‘liep hij weg zo snel hij kon’ [1265-70; VMNW], ‘pad, weg’ in din swaren pas ‘die moeilijke weg, die beproeving’ [1265-70; VMNW], ‘(juiste) tijdstip’ in ouer haren pas ‘over haar bloeitijd heen’ [1265-70; VMNW], ‘lengtemaat’ in een pas hadde ... .v. voete ‘een pas telde 5 voeten’ [1285; VMNW], ‘bergengte’ in over berch ... daer die pas sere staerc ende inge was ‘over de berg, waar de pas zeer steil en smal was’ [1300-25; MNW], algemener ‘toegangsweg, doorgang’ in so reden si over tpas [midden 14e eeuw; MNW], ‘bepaald tijdstip’ in op dit pas ‘op dit moment’ [1440; MNW], ‘bepaalde plaats, bepaalde ruimte’ in opten pas, daer O. woonachtich was ‘tot aan de plaats, waar O. woonde’ [1470-90; MNW], ‘voetstap’ in pas over pas ‘stap voor stap’ [1486; MNW]. Ontleend aan Frans pas ‘lengte van een pas’ [1380; TLF], eerder al ‘bergpad, zware passage’ [1160-74; TLF], ‘gang, soort pas’ [ca. 1196; TLF], ‘bergengte’ [1080; TLF] en ‘schrede, voetstap’ [eind 10e eeuw; TLF] < Latijn passus ‘schrede, voetstap; lengtemaat’, letterlijk ‘het gespreid zijn (van de benen)’, van het ww. pandere (verl.deelw. passum en pānsum) ‘uitspreiden, openzetten’, verwant met → vadem. Uit de betekenis ‘pas, voetstap’ ontstonden al in het middeleeuws Latijn en Frans betekenissen als ‘soort pas, tempo’ en ‘voetstappen, spoor, pad, weg’, waaruit ook ‘moeilijk pad, passage, bergengte’ en ‘doorgang, toegangsweg’. De betekenis ‘lengte van een pas, lengtemaat’ bestond al in het klassiek Latijn, zie → mijl. In het Middelnederlands ontstond de betekenis ‘bepaalde ruimte, bepaalde plaats’ en bij overdracht daaruit ook ‘bepaald tijdstip’, zie ook → pas 2.
    Bron: etymologiebank.nl

    10.

    0   0

    pas


    paspoort zn. ‘reisdocument’ Mnl. passeport ‘vrijgeleidebrief’ in uuter stede ... datter niemant uute mach zonder passeport ‘dat niemand de stad uit mag zonder vrijgeleidebrief’ [1488; MNW]; vnnl. passeport, paspoort ‘vrijgeleidebrief voor persoon, geleidebiljet voor goederen’ in dat die gasten een passepoirte hebben van den scout, dat zy hier binnen der stede moghen wesen [1511; MNW], van alle kairn ... een paspoirt int zyzehuysken toe halen ‘voor al het koren een geleidebiljet halen in het accijnshuisje’ [1558; MNW], ‘reispas, autorisatie om te mogen reizen’ in de pasporten voor de gaende en komende persoonen [1599; WNT], paspoort van de Spaanse Consul te Middelburgh ‘vergunning ... (om uit Zeeland naar Antwerpen te reizen)’ [1664; WNT]; nnl. paspoort ‘reisdocument’ in vreemdelingen ... de paspoorten, waarvan zij houders zijn ... [1806; WNT]. Ontleend aan Frans passeport ‘vrijgeleidebrief voor persoon’ [1464; TLF], eerder al ‘geleidebiljet voor handelsgoederen’ [1420; TLF]. Dit woord, letterlijk ‘ga door de doorgang’, is gevormd uit de gebiedende wijs passe van het werkwoord passer ‘voorbijgaan, passeren’, zie → passeren, en port ‘doorgang, uitgang’, zie → poort. ♦ pas 3 zn. ‘paspoort; bewijsdocument’. Vnnl. pas ‘vrijgeleide, vrije doorgang’ in brieven van pas ‘vrijgeleidebrieven’ [1532; WNT pas I], geven vrye pas nae de selve landen [1634; WNT pas I], ‘doorgangsdocument’ in aengecomen om een pas ‘gekomen om een pas te krijgen’ [1648; WNT pas I]; nnl. ook vaak het verkleinwoord pasje ‘doorgangsdocument, vergunning’ in vertoonende ons een pasje ..., waarby hem gepermitteerd wierd ... [1705; WNT permitteeren]. Verkorting van paspoort of hetzelfde woord als → pas 1 in de betekenis ‘doorgang, vrije passage’ en in dat geval een verkorting van brief van pas, zie de attestatie van 1532.
    Bron: etymologiebank.nl

    11.

    0   0

    pas


    vanpas b.nw. Gepas, soos dit hoort, geskik, geleë. Uit Ndl. van pas (1599) 'soos dit hoort'.
    Bron: etymologiebank.nl

    12.

    0   0

    pas


    pas 2 bw. ‘zojuist, kortgeleden’ Vnnl. pas ‘juist, nauwelijks, kort tevoren’ in dit had hy pas gesproken, of ... [1660; WNT], in de wiege lagh, en pas begon te leven [1669; WNT], pas voor ‘juist voor, kort voor’ [1724; WNT], pas een halve mijl ‘nauwelijks een halve mijl’ [1724; WNT]. Hetzelfde woord als → pas 1 in de nu verouderde betekenis ‘(juiste) moment, (juiste) plaats’, als verkorting van uitdrukkingen als op dit pas ‘op dit tijdstip’ [1440; MNW], juist van passe ‘precies op tijd’ [1513; WNT pas I], recht te pas komen ‘goed gelegen komen’ [1599; Kil.]; in aanmerking komen vooral uitdrukkingen als dat pas ‘dat tijdstip, eertijds’ [1617; WNT pas I]. Wrsch. heeft bij deze betekenissen het werkwoord → passen in de betekenis ‘in orde zijn, juist zijn’ een rol gespeeld.
    Bron: etymologiebank.nl

    13.

    0   0

    pas


    pas4 [lap stof als bovenstuk van een lijfje] {1634} < frans passe [zoom van een stof, garnering] → pas4.
    Bron: etymologiebank.nl

    14.

    0   0

    pas


    U-pas, pas waarmee minder vermogenden allerlei kortingen krijgen, bijvoorbeeld bij theaters, museums, bioscopen, de bibliotheek en zelfs in sommige eethuizen. Initiatief van de gemeente Utrecht. → stadspas*.De aanvraagster komt niet in aanmerking voor de U-pas. Waarom niet? Omdat haar inkomen te laag is. De gemeente Utrecht gaat ervan uit, zegt de dame van de administratie, dat het bestaansminimum ligt rond de 850 gulden in de maand. Van minder kan een mens niet rondkomen, dus hoeft geen U-pas te worden verstrekt. (Vrij Nederland, 18/06/94)
    Bron: etymologiebank.nl

    15.

    0   0

    pas


    lengtemaat, 1 pas = 2,5 voet, pas wordt ook als gemene pas, schrede en tree omschreven, landmeterspas, -tree = 2 gemene pas = 5 voet
    Bron: dumont-andre.nl

    16.

    0   0

    Pas


    [pah] Step. A simple step or a compound movement which involves a transfer of weight. Example: pas de bourrée. "Pas" also refers to a dance executed by a soloist (pas seul), a duet (pas de deux). and so on.
    Bron: opleiding-dans.nl

    17.

    0   0

    PAS


    1: Para-aminosalicylzuur. 2: Personen uit het autisme spectrum. 3: Parallel-acupunctuur systeem. 4: Perjood-zuur-Schiff.
    Bron: dehelianthus-haarlem.nl

    18.

    0   0

    pas


    lengtemaat, 1 pas = 2,5 voet, pas wordt ook; als gemene pas, schrede en tree omschreven, landmeterpas, -tree = 2 gemene pas = 5 voet
    Bron: computergenealogie.org

    19.

    0   0

    pas


    lengtemaat, 1 pas = 2,5 voet, pas wordt ook als gemene pas, schrede en tree omschreven, landmeterspas, -tree = 2 gemene pas = 5 voet
    Bron: home.planet.nl

    20.

    0   0

    pas


    identiteitskaart
    Bron: vlaamsetaal.be

    21.

    0   0

    Pas


    Pas, m. (-sen), trede, tred; schrede, stap; de -sen (van het dansen) leeren; (rijsch.) telgang; smalle doorgang; bergengte; zeeengte; iem. den - afsnijden, den doorgang -, den weg belemmeren. *-, zie PASPOORT. *-, o. maal, keer, gelegenheid; op dit -, dezen keer; dat geeft geen -, dat is niet welvoegelijk, niet gepast; (spr.) op zijn -, juist genoeg, niet te veel of te weinig; (gooch.) hokus pokus -! een woordje op zijn - is zoo goed als geld in de tasch, weten te spreken waar het behoort is van groote waarde. *-, bijw. geschikt; te - brengen; te - komen, welkom zijn, op het geschikte oogenblik komen. *-, het kleed is -, is niet te wijd of te naauw; hij is - (zoo even) aangekomen; ik heb - (nu eerst) gedaan; kwalijk te - (onwel) zijn.
    Bron: dbnl.org


    Betekenis van pas toevoegen.
    Betekenis:
    NSFW / 18+
    Aantal woorden:

    + Meer opties
    Naam:
    E-mail: (* optioneel)
     

    << paryrificis panhellenisme >>

    Betekenis-definitie.nl is een internet woordenboek geschreven door mensen zoals jij en ik!
    Help mee, en voeg een woord toe. Alle soorten woorden zijn welkom!

    Betekenis toevoegen