Betekenis koekoek

Wat betekent koekoek? Hieronder vind je 15 betekenissen van het woord koekoek. Je kunt ook zelf een definitie van koekoek toevoegen.

1.

1   0

Koekoek


Een koekoek is een voorziening om licht binnen te laten. De term wordt het meest gebruikt voor een uitgebouwde bak aan de kelderwand, die zorgt voor lichttoetreding in de kelder. Een dergelijke koekoek wordt ook wel vossengat genoemd.Ook een kleine, hoog aangebrachte dakkapel en dakkoepel worden koekoek genoemd.
Bron: architectenweb.nl

2.

1   0

Koekoek


Bijna ieder kind leert op school in de biologieles al over het merkwaardige gedrag van de koekoek. Gechoqueerd vernemen zij over het werk dat kleine zangvogels wordt aangedaan, door de eigen eieren in nesten van kleine zangvogels achter te laten. Biologisch gezien is dit echter een zeer interessant principe, dat in alle lagen van de natuur wordt aangetroffen: van zoogdieren tot kleine insecten. Planten en schimmels doen het ook regelmatig. Zó ongewoon is het parasiterende gedrag van de koekoek dus niet. Een vrouwtjeskoekoek specialiseert zich (vanuit haar afstamming) op een bepaalde vogelsoort of familie. Zo zijn er heggenmus-koekoeken, karekiet-koekoeken en kwikstaart-koekoeken. De eieren lijken zeer sterk op die van de waardvogel en zijn vaak alleen door kenners te onderscheiden. Algemeen Overige namen Cuckoo , Cuculus canorus Orde Cuculiformes Familie Koekoeken (Cuculidae) Status Zomervogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker in vrij groot aantal Europese verspreiding De koekoek komt in vrijwel geheel Europa voor; feitelijk is Europa slechts een deel van het grote verspreidingsgebied, dat zich uitstrekt van Noord-Afrika tot in China en Japan. Naar boven Leefomgeving en voedsel Biotoop Duinen, heide, moeras Voedsel- en broedbiotoop Koekoeken komen vooral voor in relatief open gebieden met enkele hoge uitkijkposten, vanwaar ze speuren naar nesten van geschikte waardvogels. Heggenmussen, rietzangers, karekieten en kwikstaarten zijn favoriete soorten. Het zijn dan ook vooral de leefgebieden van deze soorten waar ook koekoeken te vinden zijn. Voedsel Grotendeels rupsen (ook harige soorten!), aangevuld met kevers Naar boven Broeden Broedperiode Vanaf eind mei Koloniebroeder Nee Aantal legsels Koekoeken leggen één of enkele eieren in de nesten van waardvogels, in totaal een tiental of soms misschien meer Aantal eieren Vrouwtjes kunnen tot een twintigtal eieren leggen verdeeld over evenveel nesten van waardvogels Naar boven Herkenning Opvallende kenmerken spitse vleugels en lange staart Gedrag snelle vleugelslag waarbij de vleugels nauwelijks boven het lichaam uitkomen. Zit vaak op een open plek met afhangende vleugels. Legt een ei in het nest van andere vogelsoort. Kleed Mannetjes hebben een effen blauwgrijze borst, kop en bovenzijde. De witte buik met zwarte bandering is scherp gescheiden van de blauwgrijze borst. Het kleed van vrouwtjes kent twee varianten, een grijze en een bruine. De grijze variant is grotendeels hetzelfde als dat van mannetjes maar de borst heeft een beige tint en is gebandeerd. De bruine vorm heeft een roestbruine bovenzijde en borst en is vaak over het gehele lichaam gebandeerd. Formaat/ lengte 32-36 cm. Snavel Als merel maar iets korter, zeer licht omlaag gebogen. Poten Bijzonder korte poten, lijkt daardoor met de buik aan een tak te zitten, de poten zijn nauwelijks zichtbaar van enige afstand Naar boven Vogeltrek Trekroute Koekoeken trekken in zuidwestelijke tot zuidoostelijke richting weg naar Afrika. Sommige vogels vliegen daarbij via Spanje over de Straat van Gibraltar, andere nemen de route over Italië, Overwinteringsgebied Tropisch Afrika
Bron: vogelbescherming.nl

3.

1   0

koekoek


koekoek 1 zn. ‘zangvogel van het geslacht Cuculus’ Mnl. in de samenstelling kukuckes loc ‘koekoekslook, witte klaverzuring’ (zo genoemd omdat de bloeitijd samenvalt met de terugkeer van de koekoek) [1226-50; VMNW], cuccuc ‘koekoek’ [1240; Bern.]. Daarnaast bestaan varianten met -uut: mnl. in de toenaam van Line Kuchuts [1275; Debrabandere 2003], cucuet ‘koekoek’ [1287; VMNW]. Klanknabootsend woord, naar de roep van de vogel en misschien mede onder invloed van Latijn cucūlus ‘koekoek’ en/of Oudfrans cucu (Nieuwfrans coucou) gevormd naast mnl. gooc, een algemeen Germaans en wrsch. eveneens klanknabootsend woord voor ‘koekoek’, dat in het Nederlands echter alleen is geattesteerd in een afgeleide betekenis ‘zot, dwaas’ [1350; MNW], zie → goochelen. Het is mogelijk dat koekoek en koekuit oorspronkelijk twee verschillende woorden zijn die vanwege de gelijkenis zijn samengevallen. Oudfrans cucut betekende ‘hoorndrager, gehoornde’, Frans cocu ‘hoorndrager, bedrogen echtgenoot’, naar de gewoonte van de broedparasiet koekoek, die de eieren in andermans nest legt. Nnd. kukuk; mhd. kukuk (nhd. Kuckuck); me. cuccu (ne. cuckoo). Bij mnl. gooc horen, alle met betekenis ‘koekoek’, soms ook ‘zot’: os. gāk, gōk (mnd. gōk); ohd. gouh (nhd. gewest. Gauch); oe. gēac (me. yeke), me. gowke (ontleend aan het on.; ne. gewest. gowk); on. gaukr (nno. gjøk, nzw. gök). Deze korte vormen bestaan nu alleen nog in de Noord-Germaanse talen. ♦ Mechelse koekoek zn. ‘hoendersoort’. Nnl. Mechelse koekoek [1922; WNT]. De naam van dit ras van grote vleeskippen verwijst naar het typische koekoekskleurige verenkleed en naar de streek rond Mechelen, waar het ras oorspr. werd gekweekt. Lit.: E. Strubbe (1948), in: Biekorf xx, 174-176; Eigenhuis 2004, 291-292
Bron: etymologiebank.nl

4.

0   0

koekoek


kleine karekiet voert koekoeksjong  foto: Wikipedia  De koekoek heet natuurlijk koekoek omdat hij ‘koekoek’ roept. Het is een onomatopee (een klanknabootsend woord). Je had ook deze vraag kunnen stellen: Waarom heet de koekoek niet kuikuik? De vroegste vermelding van het woord koekoek komt uit de 13e eeuw. Het Nederlands uit de periode 1200-1500 wordt het Middelnederlands genoemd. Je kunt niet spreken van hét Middelnederlands, omdat er in de middeleeuwen nog geen standaardtaal bestond. Het Middelnederlands is een verzameling van verschillende Nederlandse dialecten, waaronder het Brabants, het Hollands, het Limburgs en het Vlaams. In de vroege middeleeuwen ging men de klank /oe/ uitspreken als /uu/. In de late middeleeuwen ging men vervolgens de klank /uu/ uitspreken als /ui/. Dat ging vanzelf. Maar het gebeurde niet in het hele Nederlandse taalgebied en niet bij elk woord. Zo veranderde /koekoek/ niet langzamerhand in /kuikuik/. De naam koekoek was namelijk zo sterk verbonden met de roep van de koekoek dat de middeleeuwse klankveranderingen geen vat kregen op dit woord. In de middeleeuwen noemde men een huis eerst hoes, later huus en nog weer later huis. In de middeleeuwen noemde men een muis eerst moes, later muus en nog weer later muis. (In dialecten kun je trouwens nog steeds de oude uitspraak tegenkomen: in Drenthe moes ‘muis’, op de Veluwe huus ‘huis’: Guus kom naar huus.) Literatuur: Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN), deel Ke-R. Zie koekoek. Nicoline van der Sijs, Hondsdraf. Waar komen onze woorden vandaan?, 2004, p. 55. Marijke van der Wal, i.s.m. Cor van Bree, Geschiedenis van het Nederlands, 3e druk 2002, pp. 30-31, 262-263. Etymologiebank: naar het lemma koekoek op Etymologiebank.nl. Surfspin: koekoek, de tovervogel.
Bron: surfspin.nl

5.

0   1

koekoek


( vogels ) Cuculus canorus ; naar zijn roep genaamde vogel
Bron: nl.wiktionary.org

6.

0   1

koekoek


Deze vogel is genoemd naar de roep van het mannetje, die ook in Nederland in het late voorjaar te horen is. De winter brengt de koekoek door in zuidelijk Afrika.De koekoek is een zogenaamde broedparasiet. Het vrouwtje legt een ei in een zorgvuldig uitgezocht nest van een andere vogel. Meestal van een kleine zangvogel zoals een heggenmus of een karekiet. Het koekoeksjong komt doorgaans als eerste uit en duwt de eieren van de waardvogel uit het nest. Zo krijgt hij alle aandacht en voedsel. Een volwassen koekoek-vrouwtje kiest voor haar ei over het algemeen een nest van dezelfde soort vogel als waardoor ze zelf is grootgebracht. Het aantal eieren (en nesten) per seizoen kan oplopen tot 20. Het bedrog wordt echter regelmatig ontdekt, waarna het koekoeks-ei verwijderd wordt of het nest verlaten.Broedparasitisme komt in Nederland alleen bij de koekoek voor. Wereldwijd zijn er veel meer broedparasiterende vogels. Veel daarvan zijn familie van de koekoek maar lang niet allemaal: er zijn ook broedparisiterende eenden, troepialen, wevers en de honingwijzer.Wetensch. naamCuculus canorusEngelse naamcommon cuckooVerspreidingEuropa, Azië, Noordwest- en zuidelijk AfrikaVoedselinsecten (vooral rupsen, ook harige)Lengte33 cmGewicht125 gramStatusalgemeenDit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
Bron: www.natuurinformatie.nl

7.

0   1

Koekoek


Aantal eierleggende wijfjes in Nederland: 6000-8000 (1998-2000) Biotoop: parkachtig landschap, ook in moerassen met bomen en struiken Geluid: Koekoek Verspreiding: Bron: Atlas van de Nederlandse Broedvogels, SOVON, 2002
Bron: www.natuurinformatie.nl

8.

0   1

Koekoek


onscherpe, onregelmatige bandtekening. waarvan de lichtere tekening min of meer verloopt in de donkere grondkleur; door teeltkeuze is hieruit de streeptekening voortgekomen.
Bron: nhdb.nl

9.

0   1

Koekoek



Wetenschappelijke naam: : Cuculus canorus Linnaeus, 1758
Nederlandse naam: : Koekoek
Vogelgroep:: Koekoeken
Veldkenmerken.: 33 cm. Bekendst vanwege broedparasitisme en zang van mannetje. Leigrijze kop en bovendelen, asgrijze keel en borst, witte onderdelen met zwartachtige dwarsstreping (behalve op anaalstreek), donkergrijze vleugels en grijszwarte staart met witte vlekken op punt en langs zijkanten. Bij vrouwtjes komt een zeldzame roodbruine vorm voor met kastanjebruine, zwart gestreepte bovendelen, wat lichtere en fijner gestreepte kop en borst, witte, fijn zwart gestreepte onderdelen, vleugels en staart donkerbruin met brede kastanjebruine strepen en staartveren met witte punten. Bij juveniel van beide sexen komen beide kleurvormen voor. Grijze vorm donkergrijs zonder blauwachtige tint van adult mannetje, met fijn zwartgestreepte bovendelen. Roodbruine vorm gelijk aan adult, maar valer gekleurd en duidelijker gebandeerd dan vrouwtje rossige vorm. Jongen van beide kleurvormen hebben een witte vlek op achterhoofd, witte veerranden over gehele lichaam, en duidelijke witte vlekken op staart. Potentiële gastheren zijn kwikstaarten, piepers, Winterkoning en zangers.
Geluid.: Zang van mannetje ’koe-koe’; vrouwtje heeft vloeiende ’hinnikende’ roep, lijkt enigszins op Dodaars.
Voorkomen.: Algemene zomergast in Europa. Overwintert in Afrika.
Habitat: . Zeer gevarieerd; geen speciale voorkeur, maar mijdt koude en hete gebieden; aanwezigheid van gastheren en goede uitkijkposten zijn voorwaarden.
Voedsel: . Hoofdzakelijk rupsen, zelfs harige die door andere vogels gemeden worden; kevers en andere insecten. Bij het leggen in nest van gastheer wordt één ei opgegeten.Rijk Animalia. Fylum Chordata. Klasse Aves. Orde Cuculiformes. Familie Cuculidae. Geslacht Cuculus. Soort Cuculus canorus
Wetenschappelijke synoniemen en populaire namen: Koekoek Common Cuckoo [Engels]Kuckuck [Duits]Coucou gris [Frans]Cuco [Spaans]Cuculo [Italiaans]
Bron: soortenbank.nl

10.

0   1

koekoek


1. Ook: vossengat, soms kelderkoekoek. Een tegen het maaiveld gelegen uitgebouwde bak aan de kelderwand die ervoor zorgt dat het licht in de kelder kan treden of, zonder glazen afsluiting, als ventilatiekanaal van de kruipkelder fungeert (zie foto links). 
Bron: joostdevree.nl

11.

0   1

Koekoek


De koekoek (Cuculus canorus) is een vogelsoort en het bekendste lid van de familie Cuculidae. Het is een vogelfamilie die verspreid is over de hele wereld en vooral bekend vanwege het feit dat het een broedparasiet is. Het vrouwtje legt haar eieren in nesten van andere vogelsoorten en laat de jongen door die andere soort verzorgen.
Bron: nl.wikipedia.org

12.

0   1

Koekoek


Een koekoek is in de architectuur een bepaalde constructie die dient voor daglichttoetreding en/of ventilatie bij een bouwwerk. Koekoeken kennen verschillende verschijningsvormen en kunnen bij kelders of op daken zijn toegepast.
Bron: nl.wikipedia.org

13.

0   1

Koekoek


Koekoek is een buurtschap in de gemeente Borsele in de Nederlandse provincie Zeeland. De buurtschap is gelegen aan een weg genaamd "Koekoek" bij de kruising met de Weldijk in de buurt van Driewegen. Koekoek bestaat uit een paar voormalige boerderijen. De naam Koekoek komt waarschijnlijk voort uit de omstandigheid dat ter plaatse koekoeken voorkomen. Dorpen: Baarland · Borssele · Driewegen · Ellewoutsdijk · 's-Gravenpolder · 's-Heer Abtskerke · 's-Heerenhoek · Heinkenszand · Hoedekenskerke · Kwadendamme · Lewedorp · Nieuwdorp · Nisse · Oudelande · Ovezande Buurtschappen: Baarsdorp · Bakendorp · Graszode · Knaphof · Koekoek · Langeweegje · Het Oudeland · Rijkebuurt · Scheldeoord · Sinoutskerke · 't Vlaandertje Zeeland: Steden en dorpen in Zeeland      Nederland: Provincies · Gemeenten
Bron: nl.wikipedia.org

14.

0   1

Koekoek


Koekoek, m. (-en), zek. vogel; (fig.) hoorndrager; (spr.) het is altijd - één zang, altijd hetzelfde deuntje, dezelfde praatjes. *-SBLOEM, v. (-en), zek. plant. *-SBROOD, o. zek. kruid, klaverzuring. *-SDEUN, *-SZANG, m. (-en), den - zingen.
Bron: dbnl.org

15.

0   3

koekoek


koekoek betekend volgens mij tegenwoordig ook dat iemand niet helemaal goed bij z´n hoofd is, oftewel een nogal gestoord iemand of iemand die iets raars zegt of doet.
John op 2017-04-25


Betekenis van koekoek toevoegen.
Betekenis:
NSFW / 18+
Aantal woorden:

+ Meer opties
Naam:
E-mail: (* optioneel)
 

<< koekje Kof >>

Betekenis-definitie.nl is een internet woordenboek geschreven door mensen zoals jij en ik!
Help mee, en voeg een woord toe. Alle soorten woorden zijn welkom!

Betekenis toevoegen