Betekenis geweten

Wat betekent geweten? Hieronder vind je 8 betekenissen van het woord geweten. Je kunt ook zelf een definitie van geweten toevoegen.

1.

6   0

geweten


Gewaarwording of eigenschap die een mens bezit om een ethische norm die ingeboren of aangeleerd is, toe kan passen en meteen kan vergelijken met een situatie. Hierdoor kan hij of zij het verschil tussen goed en fout onderscheiden. Is naar…Lees meer ›
Bron: volkabulaire.nl

2.

3   2

geweten


  • het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt. Als je zo'n moord kunt plegen, heb je geen geweten .
  • voltooid deelwoord van weten vervoeging van wijten geweten
  • voltooid deelwoord van wijten
    Bron: nl.wiktionary.org

  • 3.

    1   3

    geweten


    zelfstandig naamwoord - weten wat goed en kwaad is
    Voorbeeld: die man heeft geen geweten. hij heeft last van zijn geweten
    [voelt zich schuldig]
    wie heeft dat op zijn geweten?
    [wie heeft het gedaan?]
    een kwaad geweten hebben
    [zich schuldig voelen]
    Bron: www.muiswerk.nl

    4.

    0   2

    Geweten


    Het geweten (Duits: Gewissen, Grieks: syneidèsis, Latijn: conscientia, dat wil zeggen "bij of met zichzelf weten") vergelijkt een aangeleerde of ingeboren ethische norm met een praktische situatie. In de opvoeding wordt het geweten ontwikkeld omdat de ervaring leert dat menselijke neigingen erdoor in toom gehouden kunnen worden. Het geweten wordt metaforisch beschreven als de stem van het goede in de menselijke geest. In (teken)films wordt het geweten vaak neergezet als een engeltje dat op de schouder zit, en af en toe goede raad in het oor fluistert.
    Bron: nl.wikipedia.org

    5.

    0   2

    geweten


    Als de geest de vermogens tot ontwikkeling brengt door ze bewust en beheerst te leren gebruiken, dan ontplooit zich ook een bijzondere eigenschap van de vermogens. Het is het vermogen om de werkzaamheid van de vermogens niet alleen te richten op een ander of op een bepaald onderwerp buiten de geest, maar ook op zichzelf te richten en de eigen werkzaamheid als onderwerp van beschouwing, overdenking en doorvoeling te nemen. Daardoor blijft het weten van de geest niet beperkt tot het uiterlijke, maar gaat het weten zich ook uitstrekken tot het innerlijke, waardoor het weten tot een geheel wordt, een geweten (zoals ook het 'geheugen' het geheel is van wat men zich kan heugen). Het geweten is geestelijke zelfbespiegeling en zelfbeheersing. In de ingekeerde instelling zijn de vermogens dan werkzaam als zelfbeschouwing (waarnemen), redelijke (denken) en zedelijke (voelen) zelfbeoordeling en zelfbeheersing (willen). Dit is mogelijk doordat de geest de eigen geestelijke werkzaamheid weer op het eigen denken, voelen en willen kan richten en zo ook de waarde van de éigen werkzaamheid - tegelijkertijd of achteraf - kan beoordelen: de gewetensvolle zelfbeoordeling. De gewetensvolle geestesgesteldheid begint met de vraag: "Wat heb ik gedaan?", "Hoe heb ík mij tegenover de ánder gedragen?" Door de aandacht op de ander te richten en zich met het eigen voelen in de ander te verplaatsen, kan de geest zélf ervaren wat er door het eigen gedrag de ánder is aangedaan. Door deze gewetensvolle houding aan te nemen, strekt het weten zich niet alleen uit tot zichzelf, maar ook tot de ander. Daardoor wordt het weten een 'geheel', het weten wordt een 'ge-weten'. Kan de geest door de gewetensvolle beoordeling van het eigen gedrag er toch mee instemmen, dan is de geest door het geweten te gebruiken gerustgesteld. Er ontstaat dan gemoedsrust. Kan de geest na een gewetensvolle beoordeling van zichzelf niet met het eigen gedrag instemmen, dan 'gaat het geweten spreken': het geweten als de zelfbeoordeling blijft werkzaam en is niet tot zwijgen te brengen. Gaat het geweten spreken, dan kan de geest in een strijd met zichzelf verwikkeld raken: de gewetensvolle zelfstrijd. Als de geest daarbij naar de gewetensbezwaren luistert, komt het tot een toestand van zelfverwijt: het besef iets te hebben misdaan. De geest voelt zich dan schuldig ten opzichte van de ander, en schaamt zich ten opzichte van de ander en de gemeenschap. Na een gewetensvolle zelfbeoordeling van het gedrag kan de geest in een gemoedsgesteldheid van berouw komen te verkeren. Berouw is een pijnlijke bewustwording van eigen feilbaarheid, een gevoel van minachting voor zichzelf. De geest voelt dan spijt zich op een bepaalde wijze te hebben gedragen en veroordeelt het eigen gedrag. Berouw leidt tot de onbedwingbare behoefte om schuld te vereffenen en te boeten, weer goed te maken, wat is misdaan. Zich schuldig voelend wil de geest naar de ander toegaan om schuld te bekennen en die persoon 'om verontschuldiging te vragen' (het is een onmogelijkheid en een omkering van zaken om die persoon 'verontschuldiging aan te bieden' - er moet om verontschuldiging worden gevráágd: Ik hoop dat u mij wilt verontschuldigen! Wilt u mij vergeven?). Door het geweten - als een van de hoogste vormen van tot ontwikkeling gekomen vermogens - is de menselijke geest een volkomen zichzelf regelende eenheid geworden, die zichzelf de wet stelt. Alles wat de menselijke geest in deze toestand doet, is goed ten opzichte van God en medeschepselen. Zie ook: deugden.
    Bron: geestkunde.net

    6.

    0   2

    Geweten


    Een klok die bij de meeste mensen achter loopt.
    Bron: nl.humor.narkive.com

    7.

    0   3

    Geweten


    Het geweten wordt niet langer opgevat als de controlerende, inperkende psychische functie van het Boven-Ik , noch als vooral een vermogen van rationele controle op basis van morele noties (Kohlberg). Een nieuwe definitie is nodig, gebaseerd op moderne wetenschappelijke inzichten in ‘zelfbewuste’ emoties en emotieregulatie. Zodra zelfbewuste emoties worden waargenomen, al dan niet in een onbewuste beleving, wordt het geweten geactiveerd.
    Bron: psychoanalytischwoordenboek.nl

    8.

    1   4

    geweten


    geweten zn. ‘innerlijk besef van goed en kwaad, consciëntie’ Vnnl. ghe-wete ‘consciëntie’ [1588; Kil.], geweten ‘id.’ [1630; WNT]. In dezelfde betekenis ook ghe-wisse [1588; Kil.]. Ontleend aan Nederduits geweten ‘id.’, naast Hoogduits Gewissen ‘id.’, ontwikkeld uit Middelhoogduits gewizzen, Oudhoogduits giwizzanī, verl.deelw. van wizzan ‘weten’, zie → weten. Het Oudhoogduitse woord was vrouwelijk, maar in het Middelhoogduits werd het aangezien voor een afleiding met ge- van een infinitief, en werd het onzijdig, zoals bij dergelijke afleidingen gebruikelijk is. Het Nederlandse woord, de genoemde Duitse woorden, en de Nederlandse varianten geweet en het rechtstreeks ontleende gewisse, werden van oudsher vooral gebruikt als weergave van Latijn cōnscientia ‘het zich bewust zijn van morele handelingen’, letterlijk ‘medeweten’. Dit Latijnse woord, gevormd uit → con- ‘met-’ en scientia ‘kennis’ en zelf een leenvertaling van Grieks suneídēsis, is al vroeg in het Middelnederlands ontleend, zie → consciëntie. De vervanging door geweten gebeurde wrsch. onder invloed van de Duitse bijbelvertalingen van de 16e eeuw; desondanks wordt in de Statenvertaling van 1637 nog gesproken van conscientie.
    Bron: etymologiebank.nl


    Betekenis van geweten toevoegen.
    Betekenis:
    NSFW / 18+
    Aantal woorden:

    + Meer opties
    Naam:
    E-mail: (* optioneel)
     

    << gewezen gesteert >>

    Betekenis-definitie.nl is een internet woordenboek geschreven door mensen zoals jij en ik!
    Help mee, en voeg een woord toe. Alle soorten woorden zijn welkom!

    Betekenis toevoegen