Betekenis God

Wat betekent God? Hieronder vind je 24 betekenissen van het woord God. Je kunt ook zelf een definitie van God toevoegen.

1.

1   0

God


God in het jodendom is een begrip van absolute eenheid. Het jodendom beschouwt God als het absolute één - ondeelbaar, en de ultieme vorm van het begrip 'één'. In het jodendom wordt God met יהוה (jod-hee-vav-hee - JHWH) aangeduid.
Bron: nl.wikipedia.org

2.

0   0

god


jongensnaam Betekenis: Germaanse naamstam met de betekenis `god' of `goed', in namen niet te scheideNoord- In sommige gevallen is de volksnaam van de Goten niet uitgesloteNoord- a) Gotisch guth `god'; Oudhoogduits got; Oudsaksisch, Oudfries en Angelsaksisch god; Oudnoors godh, gudh. De etymologie van het woord god is onzeker, het wordt in verband gebracht met Oudind. hávate `hij roept' en het epitheton van Indra, puruhûtá- `veel aangeroepen'; b) Gotisch gods `goed'; Oudhoogduits guot; Oudsaksisch, Oudfries en Angelsaksisch gôd; Oudnoors gôdhr. Dit wordt betrokken bij een Indogermannelijk basis *ghadh-, *ghodh- `geschikt, passend zijn'.
Bron: meertens.knaw.nl

3.

0   0

god


  • ( religie ) hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid De god van de zee , de god van de oorlog. Waren de goden kosmonauten?
  • ( religie ) god
  • goed
  • ( religie ) god
  • goed «Er det noen som har forslag til en god kake?» Heeft iemand een suggestie voor een goede taart?
  • goed
  • naamdag
    Bron: nl.wiktionary.org

  • 4.

    0   0

    God


    god (de; m; meervoud: goden) vereerd, bovennatuurlijk wezen; godheid: de mindere goden de minder belangrijke figuren
    god (tussenwerpsel) als vloek gebruikt
    God (de; m) (christendom) de Schepper, het Opperwezen: hij vreest God noch gebod is een goddeloos en slecht mens; leven als God in Frankrijk onbezorgd, lui en lekker; (informeel) God beware me, God bewaar me uitroep van afkeer, schrik, verontwaardiging
    Bron: vandale.nl

    5.

    0   0

    god


    god is een jongensnaamnaam en betekent "god".
    Bron: betekenis-babynamen.nl

    6.

    0   0

    God


    Een god of godheid (geslachtsneutraal; cfr. vrouwelijk godin) is een hypothetisch bovennatuurlijke entiteit die door gelovigen als machtig, bovenmenselijk wezen wordt aanbeden en verantwoordelijk wordt geacht voor bepaalde aspecten van de werkelijkheid, dan wel voor de werkelijkheid als geheel.[bron?] Goden kunnen geacht worden te leven op aarde, met name in de natuur, alsook in de hemel of nog in het onderaardse of de onderwereld. Het geloof in goden is algemeen verbreid, maar godsdiensten (waarmee vaak één of meer culturen verbonden zijn) verschillen in het aantal goden dat wordt aangenomen, de betekenis die zij eraan geven, en hun houding ten opzichte van eigen en andere god(en). De monotheïstische religies, zoals jodendom, christendom en islam, erkennen in principe slechts één god. In polytheïstische religies, zoals de Noordse of Germaanse mythologie en het hindoeïsme, zijn er vele (klassen van) goden (in India ook wel deva's genoemd, en in West- en Noordwest-Europa Asen, Alven en Wanen). Vaak worden zulke goden verbonden door een mythologische genealogie. Het hindoeïsme is echter een voorbeeld waar goden als incarnaties van elkaar gelden, zodat in feite een veelgodenverering gecombineerd kan worden met één universeel goddelijk principe dat zich in allen manifesteert. De empirische wetenschap houdt doorgaans zich niet bezig met de vraag naar het bestaan van goden, omdat metafysica buiten haar domein valt en het daarom niet-overlappende magisteria (NOMA) zouden zijn; in de filosofie en de theologie wordt hierover wel gedebatteerd.
    Bron: nl.wikipedia.org

    7.

    1   1

    God


    God is het allerheiligst er is maar een god die heet jezuss christus lees maar in de bijbel dan kom je er zelf wel achter
     jeanelly op 2016-11-01

    8.

    0   0

    God


    God is in monotheïstische religies het Opperwezen, een hogere macht die de unieke schepper en onderhouder is van al het bestaande. Om deze uniekheid te beklemtonen en een onderscheid te maken met de goden uit het polytheïsme wordt zijn naam met een hoofdletter geschreven. Van de monotheïstische wereldgodsdiensten hebben het christendom (2,1 miljard), de islam (1,5 miljard) en het jodendom (14 miljoen) de grootste aanhang.
    Bron: nl.wikipedia.org

    9.

    0   0

    God


    God is een mythologisch alwetend wezen binnen het christendom. De Bijbel spreekt nooit van God in een onpersoonlijke zin. In plaats daarvan verwijst het boek naar Hem in persoonlijke termen, als iemand die is, die spreekt, die ziet, hoort, handelt en liefheeft. Christenen geloven dat God een wil en een persoonlijkheid heeft en een almachtig, goddelijk en welwillend wezen is. Hij wordt in de Bijbel beschreven als in de eerste plaats bezig met mensen en hun heil. De meeste christenen geloven dat God immanent is (wat betekent dat Hij met en in alle dingen is), terwijl anderen geloven dat het plan van verlossing in de Bijbel aantoont dat Hij later immanent zal zijn. De meesten geloven dat Hij gelijktijdig ook transcendent is. Dit betekent dat Hij zich buiten ruimte en tijd bevindt, en dus eeuwig is en niet veranderd kan worden door krachten in het universum. Van God wordt gewoonlijk aangenomen dat Hij de eigenschappen heeft van heiligheid (los van zonde en onvergankelijk), rechtvaardigheid (redelijk, juist en waarachtig in al zijn oordelen), almacht, alwetendheid, allen liefhebbend, alomtegenwoordigheid en onsterfelijkheid. Trinitariërs geloven in een God als Vader, Zoon en Heilige Geest, een oneindig wezen dat zowel binnen als buiten de natuur bestaat. Omdat de personen van de Drie-eenheid een persoonlijke relatie vertegenwoordigen, zelfs van God met zichzelf, wordt Hij door alle christelijke denominaties afgespiegeld als persoonlijk in zowel Zijn immanentie (in Zijn persoonlijke relatie jegens ons) en in Zijn transcendentie (in Zijn persoonlijke relatie jegens zichzelf). Hoewel dit minder vaak voorkomt, bestaan er ook niet-trinitarische theologieën met een verschillende opvatting over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
    Bron: nl.wikipedia.org

    10.

    0   0

    God


    God is volgens de islamitische godsdienst één: uniek, almachtig, alomtegenwoordig. Deze ondeelbaarheid wordt doorgaans tot een van de zuilen van het islamitische geloof gerekend en staat bekend onder de naam tawhid. Aanhangers van de islam gebruiken veelal de benaming Allah, Arabisch voor "de God". Moslims geloven dat God de hemel, de aarde en alles wat er tussen is geschapen heeft. De uitdrukking tot dit geloof is te vinden in de shahadah, zoals deze ook herhaald wordt tijdens het rituele, vijfmaaldaagse gebed, in de oproep tot gebed en het dagelijks leven. Het geloof in God staat centraal binnen de islam. Het is moslims niet toegestaan zich enige voorstelling van God te maken, anders dan door recitatie en memoreren van zijn eigenschappen of manifestaties, verwoord in de 99 Schone Namen van God die zijn afgeleid uit de Koran. Door middel van deze 99 Namen kunnen een aantal zaken omtrent Gods wezen worden afgeleid: Met betrekking tot zijn handelingen kan het volgende worden gesteld: God wordt beschouwd als alwetend (soera Jonas 61): God wordt geacht alles te horen (soera Vergever 60): God kan niet als mannelijk of als vrouwelijk worden beschouwd, hoewel het Arabisch geen onzijdige woorden kent.
    Bron: nl.wikipedia.org

    11.

    0   0

    God


    Bahá'í-geloof Bahá'u'lláh De Báb · 'Abdu'l-Bahá De Verborgen Woorden De Zeven Valleien Bestuur Het Behoederschap Universele Huis van Gerechtigheid Geestelijke Raden Bahá'í-geschiedenis · Tijdlijn Bábisme · Shaykh Ahmad Bahá'í-geloof in Nederland Shoghi Effendi Rúhíyyih Khanum · Táhirih Badí' · Apostelen Handen van de Zaak Geschriften · Leringen Wetten · Gebed Huis van Aanbidding Kalender · Pelgrimsreis Symbolen · Profetieën Index van Bahá'í-artikelen Bahá'ís geloven in een enkele, onvergankelijke God, die de schepper is van alle dingen, met inbegrip van alle wezens en krachten in het universum. God wordt beschreven als "een persoonlijke God, onbekend, ontoegankelijk, de bron van alle openbaring, eeuwig, alwetend, alomtegenwoordig en almachtig". Hoewel rechtstreeks ontoegankelijk, wordt God toch gezien als bewust van de gebeurtenissen in deze wereld, met een geest, wil en doel. Bahá'í geloven dat God te allen tijde en op vele manieren spreekt, onder meer door een reeks van goddelijke boodschappers aangeduid als manifestaties van God of goddelijke opvoeders. Zij zijn de stichters van religie in de wereld en worden gezien als intermediair tussen God en de mensheid. De bahá'í-leringen beschrijven dat God te groot is voor de mens om ten volle te begrijpen en om een volledig en nauwkeurig beeld van te vormen. Bahá'u'lláh verwees vaak naar God door middel van titels (bijvoorbeeld de Almachtige, of de Al-Liefhebbende). Directe kennis van de essentie van God is onmogelijk. Hoewel culturen en religies verschillende concepten van God en Zijn natuur hebben, geloven bahá'ís dat deze uiteenlopende standpunten toch verwijzen naar één enkel wezen. De verschillen tussen de religies worden toegeschreven aan de verschillende culturele omstandigheden en ontwikkelingsfasen waarin zij ontstonden. Bahá'ís beschouwen de verschillende godsdiensten als één enkel geloof, geleidelijk en in fasen geopenbaard door Gods manifestaties. Geen enkele boodschap, en dus geen enkele godsdienst kan volgens het Bahá'í-geloof, in wezen als superieur beschouwd worden aan een ander, maar een meer recentere boodschap kan beschouwd worden als meer relevant voor de huidige spirituele en sociale staat van de mensheid. Bahá'ís zien de meeste andere religies als goddelijk geïnspireerd, ook al zijn ze vervangen door Bahá'u'lláh's meer recente openbaring; Bahá'u'lláh schrijft op vele plaatsen dat het ontkennen van de geldigheid van een van de vorige religieuze stichters gelijkwaardig is aan het ontkennen van hen allemaal (met inbegrip van hemzelf) en het ontkennen van God.
    Bron: nl.wikipedia.org

    12.

    0   0

    God


    'I have come to say that all paths are as good as each other and all lead to the Divine, and that therefore the various believers should respect each others ways. For example, Muslims, Christians, Hindus, Buddhists, and other religious people can believe and follow their own faith, but should not hate or fight others faith. People who follow any path can come to me - I help them to remember the Divine, and give them peace and happiness when they are in trouble.'
    Bron: scholieren.com

    13.

    0   0

    God


    Opperwezen, oorsprong en meester van het heelal, in monotheïstische godsdiensten - Verschueren 1996
    Bron: nrc.nl

    14.

    0   0

    god


    god zn. ‘opperwezen’ Onl. got ‘(de christelijke) God’ [eind 8e eeuw; CG II-1, 26]; mnl. god, zelden gespeld als got, dit in tegenstelling tot andere woorden die in de uitspraak eindigen op /-t/. Os. god (mnd. got); ohd. got (nhd. Gott); ofri. god (nfri. god); oe. god (ne. god); on. guð, goð (nzw. gud); got. guþ, verbogen gud-; < pgm. *guda-. Verdere etymologie onzeker. a) Meestal veronderstelt men (NEW, Pfeifer, BDE, ODEE) afleiding van pie. *ǵheuH- ‘aanroepen’ (IEW 413), waarbij o.a. Oudkerkslavisch zŭvati ‘roepen’; Litouws žavėti ‘betoveren’; Sanskrit -hūta- ‘aangeroepen’, havate ‘hij roept’. Pgm. *guda- zou dan betekenen ‘datgene wat aangeroepen wordt’, wat dan ook de onzijdige vorm van het woord verklaart; de laryngaal H zou echter in het Germaans een lange ū moeten veroorzaken. (b) Kluge, Bjorvand/Lindeman gaan daarom uit van pie. *ǵheu- ‘gieten’ (IEW 447), met voor het zn. een betekenisontwikkeling van ‘drankoffer, plengoffer’ naar ‘degene aan wie dit offer wordt gebracht’; dit lijkt echter vergezocht. (c) Zeer onwrsch., mede vanwege de ook hier niet verklaarde korte Germaanse u, is de aanname van Shields 1996, die pie. *gho-ut-óm reconstrueert, uit een aanwijzend partikel *gho- (vergelijk Latijn hic, haec, hunc ‘deze, die’) en een partikel *ut ‘omhoog, buiten’ (zie → uit), en daarmee een oorspr. betekenis ‘die daarboven’ veronderstelt. (d) Wrsch. moet men daarom uitgaan van ontlening aan een voor-Germaanse substraattaal (Beekes 2000, eerder ook al Feist en Lehmann). Het Proto-Indo-Europese woord voor het begrip ‘god’ was *déiu-os, waarbij o.a. de Germaanse godennaam *Tiwaz (Oudnoords Týr, etc., zie → dinsdag) en Latijn deus, zie verder → joviaal. Het Germaanse woord was oorspr. onzijdig, maar is onder invloed van het christendom mannelijk geworden. Zie ook → afgod. ♦ goddelijk bn. ‘betreffende god; verrukkelijk’. Mnl. godelec ‘betreffende god’ [1240; Bern.], godelijc ‘godvruchtig, godsdienstig’, gotlick dranck ‘drank van een god, godendrank’ [1477; Teuth.]; vnnl. goddelijk ook ‘als van (een) god, hemels, heerlijk’, in goddelijk musijck [ca. 1650; WNT]; nnl. goddelyk wyfje [1785; WNT], ook als bw. van graad in godlijk schoon ‘uitermate mooi’ [1873; WNT]. Afleiding met het achtervoegsel → -lijk. In het Middelnederlands is dit bn. altijd met het begrip ‘god’ verbonden en het kan ook dingen aanduiden die bij (het verblijf van) een godheid behoren. In die betekenis kan het dan ook overdrachtelijk ‘als van/voor een god’ gebruikt worden, en zelfs een (positief) bw. van graad worden. ♦ godheid zn. ‘goddelijk wezen’. Mnl. godheit ‘goddelijkheid, het wezen der godheid’, in da sine gotheit an erschein ‘waaruit zijn goddelijkheid bleek’ [1200; CG II, Servas], metonymisch ook ‘god als persoon gedacht, goddelijk wezen’ maar daar niet altijd duidelijk van te onderscheiden: wanttie Godheid bi naturen ghene pine ghedoghen mach ‘want God kan van nature geen pijn lijden’ [1321; MNW] en misschien ook al in gotheit voor Latijn deitas [1240; Bern.], ook ‘theologie, godgeleerdheid’ in meesters ... van allen consten, van der godheit alleene uutghesceiden ‘geleerden in alle wetenschappen behalve in de theologie’ [1460-80; MNW-R], docteurs inder godheit [1468-97; MNW]. Samenstelling met het achtervoegsel → -heid, oorspr. dus een abstractum dat ongeveer ‘wat de natuur van een god heeft’ betekent. Lit.: K. Shields (1996), ‘A proposal Regarding the Etymology of the Word God ’, in: LB 85, 69-74; R.S.P. Beekes (2000), ‘God is Non-Indo-European’, in: Boutkan 2000, 27-30
    Bron: etymologiebank.nl

    15.

    0   0

    God


    God is de algeest als de éne geest, die alomtegenwoordig is en zich onbegrensd uitstrekt in de eeuwige oneindigheid. De algeest doet zich aan het geestesoog voor als een oneindige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte. Door het geestesoog gezien wordt de algeest zoals gezegd gekenmerkt door alomtegenwoordigheid en daardoor door onbegrensdheid, door oneindigheid. Door de eigenschap oneindigheid is er geen ruimte om de algeest heen. De algeest zelf is dus zonder ruimte, ruimteloos. Dat betekent dat er geen ruimte rondom de algeest is waar iets anders zou kunnen zijn, waar de algeest zelf weer uit zou kunnen zijn voortgekomen. Er is geen 'buiten de algeest' en er kan daardoor buiten de algeest geen oorzaak zijn, die zelf weer de bron is van de algeest. De algeest zelf is daardoor zonder oorzaak, oorzaakloos; met andere woorden, de algeest is de ene oerbron van het al, de algeest is één en ál. Tijd is een stroom van gebeurtenissen, die in een ruimte plaatsvindt. Als er geen ruimte is, is er geen beweging en daardoor ook geen tijd mogelijk. Daardoor is er ook niet een tijd vóór de algeest, waarin de algeest er niet zou zijn geweest; noch kan er daardoor een tijd ná de algeest zijn, waarin de algeest weer in iets anders zou kunnen opgaan. De algeest wordt daardoor niet alleen gekenmerkt door ruimteloosheid, maar als gevolg daarvan ook door tijdloosheid. De algeest is niet alleen onbegrensd, maar ook eeuwig. De algeest wordt (vanuit de menselijke geest gezien) gekenmerkt door eeuwigheid en oneindigheid, de algeest is in wezen een 'eeuwige oneindigheid'. Door die ruimteloosheid en tijdloosheid kan er zoals gezegd naast de algeest geen andere geest zijn. Het wezenlijke kenmerk van de algeest is daardoor, dat de algeest één is. Van de algeest is er maar één. De algeest is daardoor een volkomen zelfstandigheid. Maar daardoor moet de algeest alles in zichzelf overleggen en beslissen. Nooit kan de algeest bij iets of iemand anders te rade gaan. De algeest is daardoor ook volkomen zelfwerkzaam, volkomen uit zichzelf scheppend werkzaam. Met andere woorden: vanuit de eigenschap alomtegenwoordigheid zijn de eeuwige oneindigheid, zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid als wezenlijke eigenschappen van de algeest te beschrijven en te begrijpen. De goddelijke zelfwerkzaamheid van de algeest hangt samen met de geestelijke vermogens: het waarnemen, denken, voelen en willen. Door de alomtegenwoordigheid worden de geestelijke vermogens van de algeest gekenmerkt door alwetendheid (waarnemen), alwijsheid (denken), alliefde (voelen) en almacht (willen). God als de algeest heeft het al in zichzelf en is daardoor alwetend; God kan alles in zichzelf met elkaar verbinden en is daardoor de alwijsheid; door de alomtegenwoordigheid verbindt God alles met zichzelf en is daardoor alliefhebbend; doordat God de enige algeest is, heeft God als volkomen zelfstandige de vrijheid alles in zichzelf te voltrekken en is daardoor almachtig. In de ongevormde oertoestand doet God als de algeest zich voor als de oneindige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte. Overal in zichzelf kan de algeest zich verdichten tot een algeestvonk: het punt dat overal het 'algeestmiddelpunt' is. Met deze algeestvonk blijft de algeest volledig verbonden en deze vonk is daardoor de heilige algeestvonk: de eerst geschapen vorm. In deze gevormde toestand doet God als de algeest zich voor als de heilige geest, die aan de menselijke geest verschijnt in de vorm van de geestgedaante. Algeest en heilige geest zijn twee verschijningsvormen van één en dezelfde geest. Deze heilige geest van God is door Maria heen met de naam Jezus in een lichaam op aarde geboren om zo het leven van de zich ontwikkelende algeestvonken, de menselijke geesten, zelf mee te maken, hen daardoor als een lichtend voorbeeld te kunnen onderwijzen en hen weer met zichzelf te kunnen verbinden. De oorspronkelijke betekenis van het woord 'god' is: het aanbidwaardige.
    Bron: geestkunde.net

    16.

    0   0

    God


    Liet ooit een enorme bolus op de aarde neerdalen en noemde dat vervolgens friessland.
    Bron: trotsvanhetnoorden.nl

    17.

    0   0

    god


    zie Ether
    Bron: geomantie.nl

    18.

    0   0

    God


    Het grote kosmische wezen dat deze planeet bezielt en dat alle wetten belichaamt, alsmede alle energieën die door die wetten worden geregeerd; waaruit alles bestaat wat zichtbaar en onzichtbaar is. (Zie ook: “logos”).
    Bron: ngwd.nl

    19.

    0   1

    God


    zelfstandig naamwoord - het bovenaardse wezen dat volgens de christenen de wereld geschapen heeft
    Voorbeeld: hij gelooft in God. de goden verzoeken
    [iets doen wat waarschijnlijk problemen oplevert]
    de mindere goden
    [minder begaafden]
    Gods water over Gods akker laten vloeien
    [de dingen nemen zoals ze komen]
    leven als God in Frankrijk
    [in alle vrijheid genieten]
    zich storen aan God noch gebod
    [zich nergens iets van aantrekken]
    Bron: www.muiswerk.nl

    20.

    0   1

    God


    de opkomst van handel en ambacht (steden)
    Bron: scholieren.com

    21.

    0   1

    god


    Een god is een door mensen gecreëerd wezen waaraan bovennatuurlijk krachten of eigenschappen worden toegewezen zoals onsterfelijkheid, alwetendheid, telekinese en onzichtbaarheid. Deze creaties dienen voor diverse doelen, zoals een onzichtbare bescherming tegen vijanden of een verklaring voor de oorsprong van zaken als goed en kwaad, vuur en wind of leven en dood. Goden zijn vaak de centrale figuren waarrond godsdiensten zijn gebouwd. Er wordt vaak gezegd dat godsdienst begon met vrees en bijgeloof. Hetzelfde kan van goden worden gezegd. Sommige godsdiensten beweren dat er slechts één god is en dat alle goden van de andere godsdiensten werden verzonnen door mensen, behalve die van henzelf. En toch gelooft iedereen die gelooft in een of andere god dat zijn of haar god echt is. Aangezien goden bovennatuurlijk zijn, bestaan ze buiten de grenzen en wetten van ruimte en tijd. Ze kunnen een oneindig aantal magische krachten bezitten. Het is daarom onmogelijk om hun bestaan of hun niet-bestaan te bewijzen. Je zou kunnen zeggen: Als goden bestaan, is alles toegelaten! - naar de alfabetische lijst -
    Bron: nederlands.skepdic.com

    22.

    0   1

    God


    - Volgens J.Bochenski zijn de eeuwige, logische wetmatigheden het enige absolute zijn,..: bijgevolg, wat men ook 'god' kan noemen is niets anders dan dat absolute zijn, die andere logos of god... ( Valere De Brabandere) ..
    Valere De Brabandere op 2016-12-24

    23.

    0   1

    God


    _ God is het enige absolute 'zijn' van de eeuwige wetmatigheden, die alles zijn en beheersen. Alles is een trap in de evolutie van dit absolute zijn zelf,... en aldus is de rede niet van de werkelijkheid, en de werkelijkheid niet van de rede verstoten..
    (valere De Brabandere) .
    Valere De Brabandere op 2016-12-25

    24.

    0   2

    God


    "GOD" is het enige wezen dat van zichzelf kan zeggen '"Ik ben die is "
    "HET" is voor ons nooit volledig te doorgronden en zal dat nooit zijn.
    Wij hebben de eeuwigheid nodig om "HET" te aanschouwen en aan dit aanschouwen komt dus nooit een einde...
    Volledig begrijpen is en blijft totaal onmogelijk. Tenzij we zelf "GOD" zouden worden.
    Dit laatste niet inzien is de grote fout van de religies.
    Daniël VAN AVERMAET op 2016-12-02


    Betekenis van God toevoegen.
    Betekenis:
    NSFW / 18+
    Aantal woorden:

    + Meer opties
    Naam:
    E-mail: (* optioneel)
     

    << girl Google >>

    Betekenis-definitie.nl is een internet woordenboek geschreven door mensen zoals jij en ik!
    Help mee, en voeg een woord toe. Alle soorten woorden zijn welkom!

    Betekenis toevoegen