Betekenis gastvrij

Wat betekent gastvrij? Hieronder vind je 4 betekenissen van het woord gastvrij. Je kunt ook zelf een definitie van gastvrij toevoegen.

1.

1   0

gastvrij


bijvoeglijk naamwoord - als de gasten verwend worden
Voorbeeld: Brabanders zijn meestal erg gastvrij
Bron: www.muiswerk.nl

2.

1   0

gastvrij


gul in het onthalen of herbergen van gasten Er stond ons een gastvrije verwelkoming te wachten in ons gastgezin.
Bron: nl.wiktionary.org

3.

1   0

gastvrij


gast zn. ‘bezoeker’ Mnl. gast ‘vreemdeling’ [1236; CG I, 27], ‘gast, bezoeker die door iemand gehuisvest en/of gevoed wordt’ [1240; Bern.] ‘booswicht, kerel’ [1263-1270; CG II, Lut.K]; ‘betalende bezoeker, klant (in een herberg)’ [1285; CG II, Rijmb.] ‘vijandelijke bezoeker, vijand’ [1287; CG II, Nat.Bl.D]; ‘een persoon die bij iemand op bezoek gaat’ [1292; MNW-P] ‘manspersoon’ [1350; MNW]; vnnl. gast ‘kerel, vent’ in die slimme gast [1632; WNT], gast ‘iemand die op bezoek komt om te eten en daarbij welkom is’ [1688; WNT]; nnl. gas(t)je ‘olijk kind, rakker’ in als de jonge gasjes dat horen [1785; WNT]. Os. gast ‘vreemdeling’ (mnd. gast ‘id.’); ohd. gast ‘id.’ (mhd. gast ‘vreemdeling, krijger’; nhd. Gast ‘bezoeker’); ofri. jest (nfri. gast < Nederlands); oe. giest, gest (ne. guest < on.); on. gestr (nzw. gäst); got. gasts; < pgm. *gasti-. De Germaanse i-stam waar deze wortel op teruggaat, is terug te vinden in enkele Germaanse persoonsnamen in runeninscripties: HlewagastiR en SaligastiR. Verwant met Latijn hostis ‘vreemdeling, vijand’; Oudkerkslavisch gostĭ ‘gast’; < pie. *ghosti-. Dat is misschien een afleiding met ablaut van de wortel pie. *ghes- ‘eten’, dat alleen in het Indo-Iraans is gerepresenteerd, bijv. Sanskrit ghas- ‘eten’. De oorspr. betekenis zou dan ‘mee-eter, vreemdeling’ zijn geweest. In het oude Rome werd de vreemdeling als vijand beschouwd, maar deze werd in bijzondere gevallen (kooplieden, gezanten) in bescherming genomen door een hospes (< *hosti-potis, zie → hospes) ‘heer van de vreemdeling’, dan ‘gastvriend’. Bij de Germanen, van wie Tacitus en Caesar al de grote gastvrijheid vermelden, ontwikkelde zich het begrip ‘gast, gastvriend’. Ook door ontwikkelingen in het burgerdom, de intensivering van het handelswezen en de ontwikkeling van het herbergwezen, verschoof in de Germaanse talen de betekenis van ‘vreemdeling’ naar ‘bezoeker’ in de positieve zin. Zie ook → hotel, → hospita, → hospitaal. ♦ gastarbeider zn. ‘buitenlandse arbeider’. Nnl. gastarbeider [1964; WNT Aanv.]. Een wrsch. door het Algemeen Nederlands Persbureau geïntroduceerde leenvertaling van Duits Gastarbeiter, een eufemistische vervanging van Fremdarbeiter, zoals de Turkse arbeiders die aan het begin van de jaren 1960 in Duitsland kwamen werken, werden genoemd. ♦ gastvrij bn. ‘gul en mild voor gasten’. Vnnl. gastvrij [1542; Claes 1996]. Leenvertaling van Hoogduits gastfrei [16e eeuw], zo ook Deens gæstfri, Zweeds gästfri, Noors gjestfri. Samenstelling van gast en frei ‘vrij’, zoals ook Latijn līberālis in de betekenis ‘gul’ een afleiding is van līber ‘vrij’. Lit.: Philippa 1987
Bron: etymologiebank.nl

4.

0   0

gastvrij


Als je iemand met open armen ontvankt of als er meer mensen op je feestje komen dan verwacht dan pas je je er aan aan.
Sam op 2017-06-14


Betekenis van gastvrij toevoegen.
Betekenis:
NSFW / 18+
Aantal woorden:

+ Meer opties
Naam:
E-mail: (* optioneel)
 

<< gastroxynsis gastvrijheid >>

Betekenis-definitie.nl is een internet woordenboek geschreven door mensen zoals jij en ik!
Help mee, en voeg een woord toe. Alle soorten woorden zijn welkom!

Betekenis toevoegen